Stichting Experiencing the World

SETW

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Home Reisverslagen 2005 Concerten voor Afrika deel I

Concerten voor Afrika deel I

E-mail Print PDF





Verslag SETW reis mei/juni 2005

Onderweg voor Darfur (deel 1)



Ruud, Hafida, Robert, Johan, Marc, Kat, Yvonne, Patrick en Christine hebben zich via internet verzameld voor een reis dwars door Afrika om geld in te zamelen voor Darfur. Afgelopen vrijdag zijn zij vertrokken naar Gambia. Met een vrachtwagen en een piano trekken zij van Gambia via Senegal en Mali naar Niger, dwars door de Sahel. Onderweg staan twintig pianoconcerten van Robert op het programma. Doel van deze reis en de concerten is het bijeen brengen van geld voor de vluchtelingenkampen in Darfur. Vanuit Nederland worden de concerten gesponsord door particulieren en bedrijven. Per gespeeld concert stellen zij een bedrag beschikbaar dat na afloop wordt overhandigd aan de Stichting Vluchteling.

De omstandigheden zullen het echter niet eenvoudig maken om alle geplande concerten te volbrengen. Het is de heetste maand van het jaar in de Sahel, het kwik zal oplopen tot zeker 40-45 graden en zandstormen zullen aan de orde van de dag zijn. De reis zal langs tot de verbeelding sprekende oorden voeren als Djenne, de Dogon Vallei en Timboektoe. Fotografe Christine den Hartogh reist mee om dit avontuur in beeld te brengen en wekelijks wordt verslag gedaan in deze krant.
Initiatiefnemer van deze opvallende onderneming is Ruud Schollaardt.
Hij richtte in 1998 de  Stichting Experiencing The World en organiseerde daarmee al eerder hulptransporten met kleding, schoeisel en speelgoed naar Afrika. Meer informatie over de tocht, de stichting en de sponsormogelijkheden is te vinden via www.setw.nl.



“Na aankomst en het settelen op de camping begonnen de voorbereidingen voor onze reis. Ruud stortte zich op het rijklaar maken van de truck, Marc en Patrick begonnen met het aanleggen van de GPS, sponsorstickers werden aangebracht en het geheel kreeg een goede schoonmaakbeurt.
We kochten oude autobanken, die we later zullen installeren voor ons hoognodige comfort achter op de truck en op wat details na was het enige dat nog ontbrak de Piano. Fluitje van een cent, dachten we, maar de realiteit bleek anders. Aangekomen bij het Nederlandse echtpaar waar Ruud en Robert de Piano zeven jaar geleden in goed vertrouwen hadden achtergelaten, werden we al snel van het terrein afgejaagd met de mededeling dat Ruud de Piano had weggegeven en dat de vrouw des huizes een pianoleraar had en er lustig op los pingelde. Onze argumenten dat we de Piano nodig hadden voor het goede doel en we niet helemaal uit Nederland waren gekomen om een piano op te halen die niet van ons zou zijn, sloegen niet aan.  
De vertwijfeling sloeg toe maar na enige tijd bij de poort gebivakkeerd te hebben kregen we de Piano uiteindelijk toch mee met de mededeling dat we nooit meer terug hoefden komen. Die plannen hadden we toch al niet dus dat probleem was opgelost!
De kakkerlakken vlogen Robert om de oren toen de klep openging en hij de eerste tonen liet klinken. Robert is inmiddels al een volle dag bezig om de piano gestemd te krijgen dus over de pianolessen van mevrouw hebben we zo onze twijfels…
We staan op het punt om te vertrekken en de sfeer is goed. We zijn pas drie dagen weg maar hebben het gevoel dat we elkaar al heel lang kennen.
Onze eerste stop zal zijn Bintang, Gambia, waar Robert hopelijk ons eerste concert gaat geven. De eerste driehonderd kilometer zullen we achterop de truck zitten op koffers en kisten onder het genot van een pianostemmende Robert…
Africa, we’re ready for you!!!!”

Bijschriften foto’s:



De laatste hand wordt gelegd aan de truck


We zijn eruit gegooid bij de pianokeepers. Wat nu?

De eerste concerten

De reis naar Bintang begint met oponthoud. Er moet namelijk nog van alles geregeld en ingekocht worden, voordat we goed en wel op pad kunnen. Het inmiddels bekende en tijdrovende prijskibbelen leidt bij de plaatselijke autohandel tot het eerste concert. Terwijl Ruud de laatste dalasi’s afdingt warmt Robert het toegestroomde publiek van Serekunda op, zodat we aan het begin van de avond pas vertrekken, uitgezwaaid door een schare vooral starende kinderen.

De warming up in Serekunda  

Toebaaaaaaaaab!
Al snel verdwijnt de comfortabele asfaltweg en maken we kennis met de opeenvolging van kuilen en gaten die onze reis zal gaan kenmerken. We zijn bijzonder blij met de aankoop van de banken in ons nieuwe huis en hobbelen er lustig op los.
Als de schemering invalt verstomt het vrolijke ‘Toebab, Toebab!’ aan de kant van de weg en we slaan linksaf naar een smalle weg de rimboe in. De boomtakken hangen laag en we duiken keer op keer als een nieuwe lading mango’s vanuit de bomen ons om de oren vliegt. De weg voert ons naar het eerste dorp in het Afrika van de hutjes.

Het concert in Bintang Bolong is een feest

Warm onthaal
Het dorp is al geheel in rust als onze truck op het plein voor de moskee parkeert. Al snel stromen de hutjes leeg terwijl De Piano door sterke Afrikaners uitgeladen wordt en in no-time is het een groot feest. Wat een verschil met het onthaal van Beppie en Milko! ‘Welcome my friends, you come here and we teach you your roots!’ Het concert van Robert wordt beantwoord met les voor iedereen in de locale danstechnieken en het hele dorp feest tot in de late uurtjes.

Robert in volle gang

Land van Ruud
Als directeur van deze ideele stichting blijkt Ruud hier niet alleen vrienden te hebben maar ook nog een stukje land te bezitten. Dit is hem negen jaar geleden ten deel gevallen. Zijn droom is hier een lodge te ontwikkelen met kamers op drijvende eilandjes in de kreek, kortom een oase in het dorre Afrikaanse landschap.
Sponsors voor het realiseren van dit project zijn van harte welkom en belangstellenden kunnen binnenkort hierover meer lezen op de site.

Rekenles met flessendoppen
Dansen in het schooltje

Naar school
Ontwikkeling is in deze contrijen nog uitermate belangrijk, zoals wij de volgende dag ook merken bij het bezoek aan de Bintang Bolong Basic School, waar voor ons in alle klassen gezongen en gedanst wordt. Er is een tekort aan boeken en leermiddelen. Voor de rekenles worden plastic flessendopjes gebruikt en de muren staan vol tekeningen en illustraties die in de rest van de wereld in lesboeken staan. Ook een bezoek aan het land van Ruud en een boottochtje over de Gambia rivier verschaffen veel plezier en toch welhaast een vakantiegevoel. Het is een lekker dagje rust met veel natuur en een dansje erbij. Maar met nog 18 concerten op de agenda moet de reis toch voortgang vinden! Volgeladen met proviand en palmwijn nemen we afscheid van onze vrienden en zetten koers naar de Senegalese grens.

Johan en Bax dansen in het Land van Ruud

Aapjes kijken
Naarmate de weg ons dieper Afrika invoert, genieten we van het uitzicht, zwaaien we naar de nog immer glimlachende mensen en wijzen we naar vogels en bomen waarvan de naam ons even ontschoten is. We zien de eerste aapjes over de weg rennen en babbelen over hoe warm het al is, en hoe heet het nog zal gaan worden, verderop in de woestijn.
Als we ons kampement opslaan enkele kilometers voor de grens van Senegal bij Soma, hebben we een lange nacht voor ogen, opdat we bij het krieken van de dag ons gereed kunnen gaan maken voor de formaliteiten aan de grens, wat naar verwachting wel even zal gaan duren. Links en rechts worden tenten opgezet en Ruud’s oog valt op een mooi slaapplekje op het dak van de truck, onder de sterrenhemel.
Het is warm als we in slaap vallen, nog wel. Dat weerlicht in de verte, dat is toch normaal in de tropen?



Tropische verrassing
De eerste druppels spoelen Ruud de vrachtwagen in. Al snel barst de bui in volle hevigheid los en worden alle zeilen bijgezet om de buitententen op hun plek te krijgen en de waterschade te beperken. We zijn met stomheid geslagen en vrezen het ergste: is de regentijd een maand te vroeg?!

Stichting Experiencing The Weather
Senegal
De volgende ochtend schrijven we historie door een grenspost in de Casamance over te steken die te boek staat als “onmogelijk”. We zijn in Senegal! Het lijkt erop dat ook hier het feest gewoon doorgaat, want zelfs het lokale busvervoer heeft onverwachte muzikale kwaliteiten…

Zang en dans bij een Senegalese bus

Onze blik is gericht op Robert’s volgende concert in Kolda, Senegal.

Druk op de ketel
We rijden op het Senegalese asfalt richting Mali. De afgelopen dagen hebben we veel meegemaakt aan hoogte- maar ook dieptepunten. Er zijn onderweg een paar stevige discussies gevoerd om iedereen op een lijn te krijgen en we hebben gelukkig nu genoeg vertrouwen in elkaars kwaliteiten om als goed geoliede groep het zwaarste deel van het traject in te gaan. We weten dat we op elkaar kunnen bouwen en we weten wat ons te wachten staa (denken we…) Soms lijkt het een groot Expeditie Robinson avontuur, maar dan zonder camera’s en gelukkig willen we ook niemand wegstemmen.
Het mobile kantoor is open

Ongekende luxe
Zaterdag tegen het einde van de middag lieten we Kolda achter ons na een luxe nachtje in een auberge waar we het stof en vuil van een week van ons af hebben kunnen douchen, de was hebben kunnen doen en stevig hebben gegeten.

Off-road rijden met Ruud….

Ruud koos niet direct voor het asfalt, maar wilde eerst nog een stukje off-road avontuur met ons delen. Dat pakte deze keer goed uit. Toen we door een dorpje reden waar een huwelijksfeest aan de gang was ontstond spontaan aan de truck een zeer uitbundig feestje. We dansten met de prachtig aangeklede vrouwen op de tonen van Roberts Piano. Robert werd begeleid door het ritme dat een enthousiaste vrouw uit een grote omgekeerde blikken schaal wist te toveren. We maakten er met zijn allen een kort maar hevig feestje van omdat we het huwelijksfeest niet al te veel wilden verstoren. Dat was het tweede Senegalese concert.
SETW in Peul town
Kleurrijke vrolijkheid in Peultown

Roeping gevonden
Het eerste concert hadden we gegeven in een zeer primitief dorpje net over de grens.
We arriveerden daar rond de schemering. Nog voordat de truck tot een volle stop was gekomen werden we aangevallen door miljarden vliegende mieren. Snel trokken we zoveel mogelijk kleding aan. Yvon had een grote lap stof om zich hen gedrapeerd waardoor zij door de plaatselijke bevolking onverwacht gezien werd als onze dorpsoudste. Het was een bijzondere ervaring voor Yvon; mensen bogen eerbiedig links en rechts en ze werd naar het huis van de dorpsoudste gevoerd, alwaar voor de deur een matje voor haar werd uitgerold zodat ze van gepaste afstand het feest zou kunnen aanschouwen. De Piano werd op een grote binnenplaats gestationeerd. We vermoeden dat dit dorp nog animistische trekjes had, want Chris had moeite om mensen in beeld te houden, ze liepen dan links en rechts weg van de camera of deden hun handen voor hun ogen.
Het ochtendgloren in Wodkadorp

Op sommige plekken zoals in dit dorp wordt de Westerse muziek van Robert niet begrepen. Het ritme is anders dan men gewend is en de akkoordenschema’s wijken af van de Senegalese muziek. Toen Chris en Hafida als cheerleaders de boel op gang probeerden te krijgen, keek de helft van de bevolking met grote verbaasde ogen toe, terwijl de andere helft schoorvoetend mee begon te klappen en te zingen. We merken dat Afrikanen een groot imitatietalent hebben: ze doen alles na. We laten een spoor van “Jippie ajees” en Oehe, Oehe Oehe” achter dat nog lang na zal klinken in de bezochte dorpen. Later op de avond gaf Robert nog een tweede setje weg voor de liefhebbers. Hij wendde zijn beste Frans aan en oogstte daarmee success, men had elkaar gevonden.  
Hollanse piepers en petjes voor de dorpsoudste

Geld toe
De truck hebben we in Kolda gelukkig kunnen laten repareren waar nodig. Vanaf de Senegalese grens hebben we zonder koppeling moeten rijden (applaus voor Ruud).
In Tambacounda is een van de reservebanden vakkundig gerepareerd (althans, dat hopen we dan maar).
We zijn al heel wat checkpoints van de politie gepasseerd en meestal wordt het obligatoire praatje afgesloten met een riedeltje van Robert. Toen Ruud en Kat bij een van de posten uitlegden waar wij mee bezig zijn, werd spontaan de portemonnee getrokken en kregen we 1000 CFA (anderhalve euro) sponsorgeld mee in plaats dat we 3000 CFA moesten betalen!! Tja, het kan raar lopoen. Dit is tenslotte Afrika…
Samen met onze nieuwe sponsors

Zand eten
Aangekomen in het grensstadje Kidira werden we overvallen door onze eerste zandstorm.
Indrukwekkend! We konden geen hand voor ogen zien en het zand drong overal door, in mond, neus, ogen, oren, zelfs in ons ondergoed!
Hierdoor liepen  we zoveel vertraging op dat we besloten in Kidira te overnachten. In het restaurantje waar wij bij zaten te komen van het natuurgeweld zakte Robert door zijn stoel en sloeg hij keihard met zijn hoofd tegen de muur. Na een minuut wazig voor zich uit gestaard te hebben was hij weer de oude op een grote bult op zijn achterhoofd na.
‘s Ochtends vroeg reden we richting grenspost waar we wederom kennis maakten met Afrikaanse logica en efficentie. Bij de douane werden we teruggestuurd met het vriendelijke verzoek een volgnummer te halen ergens in een kantoortje langs de terugweg. Na een tijdje hierover nagedacht te hebben zijn we maar opgehouden de diepere betekenis hiervan te doorgronden. We zijn erdoor, we zijn in Mali!

Banden, tulbanden en bandanas
Voorbereid op de slechtste wegen van de hele reis zaten we met open mond te staren naar het gloednieuwe asfalt dat onder onze wielen doorschoot en waar maar geen einde aan leek te komen. Leve de vooruitgang … Iedereen blij behalve Ruud, want heet asfalt en banden, dat is geen goede combinatie.
Tijdens het rijden pikten we een Toeareg op die naar Kayes moest. Hij was op de terugweg van Dakar waar hij zijn veestapel had verkocht. Hij vermaakte ons prima met zijn verschoten fotoalbumpje en gaf ons een cursus tulband wikkelen. Chris liet dit niet op zich zitten en toonde ook haar kunstjes met haar bandana.
Op het heetst van de dag stopten we in Kayes waar ieder zijn weg ging:
internetten, eten of een beetje rondlummelen.




Het wonder der natuur
Het landschap begon langzaam te veranderen. Het werd groener, heuvelachtiger en de rivier de Senegal slingerde zich als een smaragdgroen lint door het land. Langs de weg lagen rotsblokken van wel 5 meter doorsnede kriskras door elkaar. Allerlei soorten vogels fladderden vrolijk om ons heen.
Bij een electriciteitscentrale langs de Senegal sloegen we ons kamp op in dit prachtige stukje landschap. ‘s Ochtends konden we heerlijk badderen en tutten in en om de rivier. We waren allemaal weer “schoon”, gelukkig en opgeladen. De tocht vervolgde zich richting Bamako.


We love blubber
Onze volgende lifter was een heuse maraboe, een tovernaar annex voodoo-master die in hoog aanzien staat bij de Malinese bevolking. Dat brengt zeker geluk dachten we. Niks bleek minder waar, want na een paar uur reden we ons tot op de assen vast in een modderpoel.



De hele middag hebben we in de brandende zon met behulp van vier Afrikanen de truck ontblubberd en hebben we stenen gesjouwd. Na vele mislukte pogingen kwam de truck vrij door een laatste uiterste krachtsinspanning van de hele groep (behalve Chris, want die moest het allemaal op de gevoelige plaat vastleggen, oh oh, wat is het toch vervelend om fotojournalist te zijn!). Iedereen was het erover eens dat dit geploeter niet echt voor herhaling vatbaar is. Tarzan, alias Patrick, was door een Afrikaanse vrouw omgedoopt tot Toebab Noir en niet zonder reden.


Kneusje
We gingen op zoek naar een plek in de Senegal waar we ons konden wassen. In een dorpje werden we door de vriendelijke bevolking naar de rivier geleid, maar niet voordat we uitgebreid uitgelachen waren door een horde kinderen. We moeten een vreemd schouwspel hebben gevormd: een stelletje toebabs, gebodypaint met een laag modder, die inmiddels was opgedroogd tot een harde kleilaag. Tijdens dit tweede bad gleed Robert uit over de spekgladde rotsen in de rivier en kneusde zijn duim (houdt u de teller bij van Roberts ongelukjes?) Helaas hebben we hierdoor in Mali nog geen concert kunnen geven.

Visite, visite
Eenmaal weer onderweg stuitten we op een grote familie die al twee dagen zonder eten en drinken op de weg liep in de hitte. We boden ze een lift aan waar ze dankbaar gebruik van maakten. Ze dronken gretig het water en aten de koekjes die we ze aanboden. Twee kleintjes kropen bij Kat en Marc op schoot waar ze de rest van de lift tevreden bleven zitten. Ook al konden we niet met onze veertien lifters communiceren, er hing toch een gezellige en gemoedelijke sfeer. Dit ritje was het hoogtepunt van de dag.

Lieflijk
Door het modderspektakel hadden we vele uren verloren en er moesten dus kilometers gemaakt gaan worden. We raasden door dorpje na dorpje en overal werden we uitbundig begroet door hordes vrolijke kinderen. Dorpjes zijn leuker dan steden. De steden die we tot nu toe gepasseerd zijn waren stoffig en vies en de kinderen zijn opdringeriger. In plaats van “Bonjour, ca va?” klinkt in de stad vaker “Donne moi un cadeau!”



In de dorpjes ziet alles er vrediger en traditioneler uit. Lemen hutten met rieten daken, meisjes die water halen uit de put en dit in een kruik op hun hoofd met een kaarsrechte rug naar het dorp dragen, vrouwen met baby’s op de rug roerend in een ijzeren ketel op houtvuurtjes en naakte peuters spelend met pasgeboren geitjes. Dit alles maakt het stof, de hitte en de andere ontberingen van het reizen in een truck door West-Afrika in de heetste maand van het jaar, ruimschoots de moeite waard.



Bitterzoet
In Kita namen we afscheid van onze Monsieur Maraboe. Vijftig kilometer voor Bamako, de hoofdstad van Mali, waar we allang hadden moeten zijn, werd het vijfde concert gegeven samen met een stel plaatselijke muzikanten. Het resultaat was een spetterend feest, waarbij zowel Afrikanen als Europeanen uitbundig hebben gedanst.



Helaas had het feestje een bittere nasmaak. Hafida’s handtas bleek ‘s nachts te zijn gestolen. Na veel heen en weer gependel tussen de dorpoudsten, de politie en het gemeentehuis en heel veel bemiddeling van Kat werden de dieven en de tas gevonden. Ook Johan was heel emotioneel onder het weerzien van zijn gestolen sandalen. Dit akkefietje leverde ons een volle dag vertraging op en het thuisfront begon zich zorgen te maken omdat we nog steeds niet in Bamako waren aangekomen. Uiteindelijk is het dan toch gelukt! Snel een hotelletje in om van de broodnodige wekelijkse douchebeurt te genieten.  Omdat er toch nog allerlei onderhuidse spanningen door de groep waarden, moest er urenlang als Brugman gepraat worden voordat we als geheel verder zouden kunnen. Gelukkig zijn we eruit gekomen en gaan we met z’n allen door tot aan Niamey. Samen uit, samen thuis!
Bamako – Timboektoe, de toeristische route

Dauwtrappen
Om half vijf ‘s ochtends zit een versufte groep reizigers op de stoep van ‘Hotel
Les Cedres’, lekgeprikt te worden door een horde muggen die een onverwacht buitenkansje zien. Nu we op het punt staan de reis voort te zetten wordt alle bagage weer ingeladen in een schone en gerenoveerde truck. Drie dagen lang heeft iedereen naar hartelust gepoetst en gewassen, zichzelf geboend en ook de Camion, zoals de truck tegenwoordig door iedereen genoemd wordt. En dat was wel nodig ook want hoe stoffig Afrika al was, Bamako vormt een aanslag op de luchtwegen en een dieptepunt voor het reukorgaan dat onze neuzen nog lang zal heugen. Kenmerkend in de stad zijn de stinkende brommertjes die met ware doodsverachting door de straten crossen, met achterop de meest bizarre bagage. Pakken van drie meter hoog of evenzo breed, men kijkt ook niet op een halve koe. Al met al een gekkenhuis, het toekomstige zandhappen lijkt in verhouding een fluitje van een cent. Bamako is niet de plaats om volgend jaar de vakantie te vieren. Wel hebben we in het Museum de eerste exotische dieren waargenomen. Leeuwen, giraffen, krokodillen, olifanten en kamelen. Weliswaar nagemaakt, maar het is een begin! Het is wel de vraag of we de negroide zeemeermin ook nog in het wild gaan aantreffen?

This, too, is Africa!

Drempels
Om allerlei wazige redenen die we de verzamelnaam ‘This is Africa’ zullen geven rijden we pas vijf uur later de stad uit richting Segou. Gelukkig hebben we een bijna-afhaker weer aan boord kunnen hijsen op het vliegveld en we settelen ons weer op de banken in onze gekuisde huiskamer. Dodelijk saai en funest voor de banden maar toch bijzonder comfortabel voor de passagiers leidt een strakke asfaltweg ons door de savanne van Mali. Wederom veel geitjes, koetjes en ezels. Zwaaiende mensen en veel net wat te magere kindertjes, die zelfs Christine niet aan het zingen kan krijgen wanneer we stoppen voor de siesta. Blijkbaar gaan deze kinderen niet naar school want ze kijken ernstig en ze kennen helemaal geen liedjes. Ook de ouderen hier spreken geen Frans, wat het normale praatje beperkt tot wat handenschudden en vriendelijk knikken. Wat een contrast, want luid getoeter doet je opzij springen voor vette mercedessen die met een noodgang door het dorp razen. Op de meest onwaarschijnlijke plaatsen in Mali vind je drempels in de weg, hier even niet… Toch benieuwd hoe die analfabetische kindertjes later hun theorie gaan halen?

Grand musicien de Hollandaise
Op de hoofdweg zijn talloze vertragende factoren, maar de belangrijkste is de politiepost. En daar zijn er nogal wat van. Het is amusant te zien hoe Ruud keer op keer met veel flair de aankondiging doet: ‘Ca va? Tres bien! C’est tres jolie, le Mali pour nous! Regarde ici, c’est une Piano. Nous avez un grand musicien de Hollandaise, Robert. C’est comme Ali Farka pour Mali. C’est une cadeau pour tout le monde!’ En dan wordt Robert uit de Camion geplukt en speelt hij een riedeltje en met een Bon Voyage en Bon Chance toe, zijn we weer op weg.

Houdt Robert alles heel?

Toerisme
Hoe gezellig deze intermezzo’s ook zijn, het blijft een risico dat het geld gaat kosten, en dat willen we niet. We zijn hier tenslotte om geld op te halen en niet andersom! Maar soms kom je er niet onderuit en omdat we steeds toeristischer oorden aan gaan doen moeten we ook de overeenkomstige belasting betalen.  Onze route zal leiden naar Djenne en vandaar door de Dogon Vallei naar Timboektoe. Djenne heeft een prachtige lemen moskee, zo hebben wij in de boekjes gelezen en de Falaise Dogon is het neusje van de zalm in Mali. Langs een rotswand van rondom de 250 kilometer lengte woont de Dogon stam die al eeuwenlang hun geloof en gewoontes hebben kunnen behouden. In de rotswand vind je oude pigmee-woningen en nog hoger grotten waar dit Tellem volk lang geleden hun doden begroef. Maar voorlopig zijn we nog even onderweg. Rijden, rijden, rijden…

Schone stad
Segou blijkt ruim en schoon, daar kan Bamako nog wat van leren! We blijven er niet maar rijden er al snel weer uit en de neus van de Camion richt zich naar Djenne, het doel voor de dag. Nog steeds zoeven we over het asfalt waar Ruud niet blij van wordt omdat de banden er van slijten. Wanneer we linksaf slaan om binnendoor een stuk af te snijden naar onze bestemming kleurt de lucht in de verte vervaarlijk donker. ‘Dat ziet er niet best uit’, mompelt iemand. ‘Oh, het gaat heus niet onweren hoor’, zegt Robert alwetend.

Weg!
Je hebt zo van die dingen waar je niet zo gauw over na zou denken. Maar stel je voor, je rijdt op een zandweg, door een landschap dat veel wegheeft van een zandbak, en er steekt een zandstorm op, dan duurt het niet lang voordat de weg echt weg is. Een paar centimeter zand bedekt ieder spoor. De duisternis maakt het spoorzoeken er niet gemakkelijker op om over het onweer en de regen maar niet te spreken. Een dorp loopt uit om ons de weg te tonen en uiteindelijk bereiken we na een lange lange dag een prachtig slaapplekje in Katjena. Het is te laat om nog een concert te geven, maar het vollemaansfeest verderop in het dorp, loeiende koeien en opgewonden ezels houden slechts een enkeling wakker, verder wordt er uit volle borst gesnurkt.


Fantastisch!
Een ongewoon strakke organisatie levert ons zowel een bakje koffie als een vroege start, weliswaar geen ontbijt maar zoiets behoort tot de mindere ontberingen, tegenwoordig. Een zandspoor voert ons door talloze dorpjes en levert evenzovele pittoreske plaatjes op van lieftallige moskeetjes die ons verlekkerd doen uitzien naar het gisteren gemiste doel Djenne. In ieder dorp moet nagevraagd worden welk spoor we moeten hebben en dat kan weleens wat tijd kosten, ‘t is altijd beter dan verdwalen. Dat honderd meter buiten het dorp de sporen weer willekeurig splitsen en hetzelfde vraagstuk opdoemt spreekt voor zich. Onderwijl genieten we van de zandroute en het uitzicht dat Ruud een veelvuldig ‘Fantastisch! Prachtig! Dit is Afrika!’ doet ontlokken.

Moskee van Fatine

Concertje!
Roberts duim zit nog steeds in het verband. Hij heeft een doorn in zijn voet erbij opgelopen maar zo onderhand moet er wel weer eens een concertje gegeven worden en voeten tellen daarvoor niet mee. In Fatine, een wat groter dorp met ditto moskee, vinden we publiek en poffers voor het ontbijt. Een koffieconcert, en hij mag genoteerd! Nummer zes in de lijst der concerten, check! We hebben overigens grootse plannen voor drie concerten per dag maar we moeten ook de mogelijkheden vinden en dat wrikt met het belang van de kilometers die we moeten afleggen. Bovendien moet Robert compleet zijn en dat is nog even afwachten.

Koffieconcert

Thee met Henk
Het bezoek aan Djenne valt heel erg tegen. Tegen het idyllisch avondrode plaatje in het hoofd steekt de werkelijkheid grijs af en we worden bedolven onder bedelende kinderen en tenenkrommende would-be gidsen. We kunnen thee drinken bij Henk, plaatselijk bekend als Yaya, Wim en Joop zijn vrienden van die-en-die, hoe is het leven in Leiden en heeft u overigens nog een cadeau of gewoon wat geld, dat is ook goed? Het behoeft geen uitleg dat we niet langer blijven dan nodig om wat te eten en bij het uitrijden van de stad verbazen we ons over duizenden vogels die in de lucht zwermen van einder tot einder. Of is het toch een sprinkhanenplaag? Voordat we het antwoord weten gaan we door naar de Dogon.

Marktkooplui in Djenne op weg naar huis

Gids
We hebben in de reisgids gelezen dat er vele plaatsen in de Dogon zijn waar je niet mag komen en dat het raadzaam is een gids mee te nemen het gebied in. Omdat we niet bijzonder gediend zijn van de aangeboden waar in Djenne, stoppen we in een dorpje vlak voor het begin van de vallei en vragen daar lokaal iemand die ons door het gebied kan leiden. Een vriendelijk ogende Dogon-man genaamd Segou vraagt tien minuten om afscheid te nemen van zijn kinderen en een van zijn twee vrouwen. Hij steekt zich in zijn mooiste kleed voor hij plaatsneemt bij ons op de Camion en de komende dagen zal hij deel uitmaken van ons gezelschap.  Vanaf nu zijn we officieel toerist en als zodanig maken we tien kilometer later in Songho onze eerste klim de rotswand op om kalebassen en rotstekeningen te bewonderen die gebruikt worden bij de rituelen van de besnijdenis waar wij uitgebreid over ingelicht worden.



Onze gids Segou met zijn eerste of tweede vrouw
Jachthuis in Dogon dorp Sangho

Kalebas
Zingt u allemaal even gezellig mee?
‘Je ne veux pas acheter un kalebas
Je ne veux pas acheter ce la’
<klap klap>

Eenmaal in de Dogon wordt elke vorm van kinderliefde die we nog voelden op de proef gesteld. Als ze niets verkopen gaan ze glashard huilen en als dat niet helpt worden zielige wonden en huilende babies getoond. Hele vieze handjes zoeken de jouwe en grote ogen spelen een zeurend theater. Ze blijven plakken tot je je afvraagt of je het kan maken op een teentje te trappen. Dus we zingen ons acheter-lied en klappen er op los en zijn dolblij als we de Camion weer terugzien na een inspannende rondleiding in het tweede Dogon-dorp, dat overigens grote gelijkenis toont met het eerste.

Kinderarbeid is hier nog heel normaal

Blauw
De vallei zelf is een plaatje: zand met bomen zover je kunt zien. Heel ver zien is er nou ook weer niet bij want de lucht hangt vol stof. De volgende zandstorm lijkt op komst? Maar ook al waait het niet het stof kruipt gelijk het bloed waar het niet gaan kan en alles zit onder. Vooral Robert’s ogen hebben te lijden en bovendien zit hij onder de blauwe plekken van het hobbelen op de piano maar het lukt toch een concert te geven ‘s avonds onder een grote Baobap-boom in het dorpje Telli.

Gripvergroting
Na dorpje nummer acht of tien spotten we onze eerste kameel, check! Eigenlijk een dromedaris maar we kijken niet op een bult. In de weg niet, dus op een beest ook niet.
En terecht want even later stopt Ruud de truck om lucht uit de banden te laten lopen. Dit is om de grip van de banden te vergroten want weldra begint het echte werk: zandrijden!
Al snel moet er losgeduwd worden en de dorpelingen hebben weer schik om de maffe blanken die niet weten waar ze moeten zijn, gids ten spijt. Laten we het maar als proef beschouwen op de woestijn die nog komen gaat.

Last Updated on Sunday, 23 August 2009 21:32  

2005 (154).jpg