Stichting Experiencing the World

SETW

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Home Reisverslagen 2005 Concerten voor Afrika deel II

Concerten voor Afrika deel II

E-mail Print PDF



Proefduwen voor het grote werk in de woestijn

Middle of nowhere
Schitterende zandvlaktes ontvouwen zich in dit toch al schilderachtige landschap waar rechts de karakeristieke Dogon-vallei tot de horizon reikt en links de hoge rotswand tot de verbeelding spreekt. Hoe klein waren die pigmee-mensen nou eigenlijk die daar hoog boven huis hielden? Bovenop die rots, zo leren we later, strekt zich een plateau uit waarover zich een bizarre weg slingert die afwisselend bestaat uit beton, stenen, klinkers of zand. Het landschap is al even chaotisch, veel rots, meer stenen en boompjes zover je kunt zien. Dor en onherbergzaam vinden we een zo goed als verlaten dorp waar dan plots weer in een toeristische gelegenheid spagetti bolognese geserveerd wordt; toch wel een lokale variant, die wij dankbaar verorberen.

Bergafwaarts…

Maskers
Al lang de tel kwijt stappen we uit in een Dogon dorp dat Banani blijkt te heten, voor een welverdiend koud drankje en een plekje voor de slaapmat. Het souvenirsaanbod doet denken aan een bezoekje in de Wereldwinkel maar her en der wordt wat gekocht, zoals een echte toerist betaamt. Het concert ‘s avonds komt schoorvoetend op gang maar ontaardt in een gezellige danspartij waar de inhoud van de toeristenwinkel vrolijk bij rondgedragen wordt. De maskers zijn het bekendste handelsmerk van de Dogon, gedragen bij rituele feesten of – hoe kan het ook anders - concerten van Robert.

Uitzicht in Banani

Dorpsoudste
De volgende dag in Youga wordt al volop getrommeld voordat De Piano goed en wel op de grond staat. De typische Dogon-drums klinken vrij monotoon wat het voor Robert moeilijk maakt aansluiting te vinden. Maar het ritme vindt zijn weg en al snel wordt er uitbundig geklapt. De vrouwen zingen hun eigen teksten bij het overstemde gepingel en even later lijkt zelfs de dorpsoudste aan te zetten tot het feestgedruis. Verbazingwekkend dat het zo van een leien dakje gaat! Her en der hangen in de bomen grote lappen vlees bloed te druppelen van een pas geslacht rund. Zo gaat dat hier nog.

‘Spontaan’ feest

Portemonnee op benen
Om het voor het dorp een nog groter feest te maken vragen de dorpelingen twintig duizend CFA voor het partijtje. Het is natuurlijk ridicuul dat wij voor concerten moeten gaan betalen maar zo zien we weer een goed voorbeeld van hoe het gaat als je niet uitlegt wat je aan het doen bent. Van de kant van de dorpelingen bezien geven zij vaker feestjes voor toeristen en dit is geen uitzondering. Uiteindelijk is Dogon besmet met de geldklopperij van het toerisme en wij Toebabs zijn wandelende portemonneetjes. Hoe lang zal het nog duren voordat de lappen vlees overbodig gemaakt worden door de komst van MacDonalds in dit gebied? Aan de andere kant, willen wij niet eindigen als die lappen vlees in de boom, zullen we maar betalen? De zaak wordt afgemaakt op vijf duizend CFA en een handvol kola-noten. Robert speelt nog een stukje maar de trommels zijn weg en de vrouwen dansen niet meer. Ook van de oude man ontbreekt ieder spoor, dus we volgen de raad van onze gids op en vertrekken snel om grotere problemen te voorkomen.

Teveel hooi op onze vork?

The Fellowship of the Piano

Voor wij verder gaan met onze reis maar toch voordat we in Timboektoe zijn willen we nog even van de gelegenheid gebruik maken ons reisgezelschap eens nader in de kijker te zetten. Per slot van rekening zal het niet elke dag gebeuren dat een groep volslagen vreemden besluit gezamelijk een reis te maken naar Verweggistan, eh, Afrika. Dit alles op initiatief van Stichting Experiencing The World, op welke naam inmiddels vele varianten verzonnen zijn.

Patrick avec les yeux bleux

Laten wij beginnen met de man met de blauwe ogen, beter bekend als: ‘Mon cherie avec les jeux bleux’, Patrick. Deze Belg veranderde na de landing in Banjul al vrij snel in de Gazelligste neger van West-Afrika. (De oplettende lezer raadt hier al dat het plaatselijke bier de naam ‘Gazelle’ draagt). Als Senegalees huisbezitter voelt hij zich hier in Afrika als een vis in het water en hij bloeit hier wat dat betreft dan ook helemaal op. Met het oog op toekomstige reizen is zijn specialisme de GPS, dus op de keper beschouwd verdwalen we nooit en doen we alleen maar alsof. Een tweetal weken voor het vertrek van de reis kwam hij zijn oude vriend Marc tegen op een feestje, welk feit hier natuurlijk niet genoemd zou zijn als ook hij hier niet van de partij zou zijn.

Marc met zijn nieuwe verloofde…

De plannen voor een reis naar Zuid-Amerika werden geschrapt en in plaats daarvan bungelt Marc nu aan alle kanten aan de Camion om zaken juist te laten verlopen, zelfs onder de motorkap kunnen wij hem zo nu en dan terugvinden. Als gewezen horecaman en Belg spreekt het voor zich dat ook hij graag in een pinteke hapt en inmiddels weten we ook dat hij zeer gesteld is op een soldatenontbijt: een sigaretje met een kop koffie. Dat laatste is deze reis een luxe-artikel en ontbijt zowel als koffie wil er weleens bij inschieten. De grootste pech die onze Brusselse vriend dan heeft is dat geen Hollander hem verstaat wanneer hij daar wat van zegt! Na veel oefening is gebleken dat zijn ‘Kabouter Pim’-stemmetje dan toch wel verstaan wordt dus met dat taalprobleem komt het alsnog wel goed.

“Kom Kat, we moeten verder!”

De derde kandidaat in het Belgische team is Kat. Deze moeder van drie uit Aalst is al 27 jaar getrouwd en de eigenschappen die nodig zijn om dat een succes te maken hebben ons al menigmaal geholpen op dit avontuur; zij is als de olie in de motor. Maar haar standvastigheid om ons reisdoel Niamey te halen kent nog een extra motivatie: daar ligt haar geld voor de terugreis! Kat is Afrika-kenner bij uitstek omdat zij vier jaar in Niamey gewoond heeft en tevens al vele malen in Gambia is geweest. Bij aankomst daar had ze allerlei brieven weg te brengen en telefoontjes te plegen om iedereen gedag te zeggen die zij direct of indirect kent. En dat kan alleen maar meer worden bij een volgend bezoek omdat wij iedere keer moeten opletten dat ze niet ergens blijft zitten babbelen als we verdergaan op onze reis. En al zouden we doorrijden zonder haar, ze zou het niet eens erg vinden want ze is hier helemaal thuis.

De Nederlanders zijn weliswaar qua aantal in de meerderheid, maar zoals we gewend zijn van Tien voor Taal, hebben ze heel wat te leren van de Belgen!

Chris, lady in red, altijd alert

Het beste voorbeeld hiervan is Christine, fotojournaliste te Rijnsburg en ervaren globetrotter, die ons geregeld herinnert dat ze ‘eerst gaat pintelieren, en als ze dan geen valling heeft gaat poepen, om vervolgens een kakske te gaan leggen en als het dan nog klaar is en we zijn uitgeklapt, dan gaan we met de gekuisde camion de baan op, zodat ze met haar kodakske gevuld met pillekes een fotooke kan trekken’!
U ziet, de informatie die wij met elkaar zo onder de reis delen, is vrij intiem. Voor sommigen is dit ‘way too much information!’ Wij zullen onze uitweidingen beperken tot het verslag en de meesterwerkjes van foto’s die door Christine verzorgd worden en onze poepskes en kakskes zoveel mogelijk voor onszelf houden…

Yvonne ontdekt haar schrijftalent

Hierop toezicht houdend vinden wij naast Christine haar gloednieuwe assistente, tevens uw verslaggeefster en schrijver van dit stukje (zij het niet alle stukjes van het verslag), Yvonne. Omdat het hier om mijzelf gaat ben ik uitgebreid genoeg wanneer ik vertel dat ik tevens fervent zwaaister ben geworden, zoals overigens iedereen, want dat word je vanzelf hier in Afrika.

Johandje

Resterend in de Hollandse dugout vinden wij uit het hoge noorden Johan, een aanvankelijk wat stille jongeman, die gaandeweg de reis niet alleen met de dag knapper, maar ook spraakzamer wordt. Dit met een kurkdroge humor die zo typisch is voor waar hij vandaan komt, Groningen. Hij heeft zich onderweg ontpopt als secuur rekenaar en is opgeklommen tot beheerder van de pot, dus wij moeten hem allen te vriend houden anders is hij als eerste thuis! Deze Rambo in disguise roept zo nu en dan ‘Takkewijven!’, richting de tegen laaghangende begroeiing waarschuwende dames op de voorplecht. Hij heeft het dan niet over de vele vrouwen die hij onbedoeld onderweg het hof maakt.

Hafida, de schone schoonheid

Als volgende in de line-up vinden we Hafida. Zij is een uitgesproken energieke  Marokkaanse Rotterdamse (in willekeurige volgorde) die beslist niet ‘en profile’ gefotografeerd wil worden. Met een korte attentiespanne en een lampje dat aan of uit is, is het met haar erbij beslist een enerverende reis. Hoe zij het voor elkaar krijgt na weken nog steeds schone kleren uit haar koffers te toveren is de meeste vrouwen een raadsel! Daarbij hebben we in de volksmond onze ‘Hafida-momenten’, wanneer er zalfjes en poedertjes, scheermesjes en balsempjes op tafel komen. Bij haar heeft schoonheid de dubbele betekenis die het heeft: ze is er een en ze is het. En dankzij haar doortastendheid en energie ook na wekenlange uitputting hebben wij toch nog wat wandel- en avonturentochten die onze trip uiteindelijk de moeite waard moeten maken.


Als eregast en ‘man in the spotlight’ op deze reis hebben wij als vredesvoorzitter bij ons de befaamde en welbekende pianist Robert, tevens wijnproducent die bijzonder in zijn sas is met de grote hoeveelheden kwaliteiten die hem ten deel zijn gevallen en zichzelf ook bijzonder gelukkig prijst met zijn – naar eigen zeggen - jeugdige uiterlijk, voor iemand van zijn leeftijd. Het is toch maar zijn taak al deze concerten te spelen en daarbij doet hij zijn uiterste best iedereen tevreden te houden, ondanks de moeilijke omstandigheden en alle ongelukjes die hem zijn overkomen. We gaan ervan uit dat hij toch helemaal compleet en zonder kleerscheuren aankomt in Niamey!

“Vriendjes worden?”

Aan het eind van dit relaas vinden we de man die ook aan het begin staat van dit gebeuren: een innemende en goedlachse jongeman woonachtig in Schiedam, die erg avontuurlijk is ingesteld. Met een bijzonder uithoudingsvermogen en de enthousiaste instelling het onmogelijke mogelijk te willen maken al moet daarvoor het mogelijke onmogelijk gemaakt worden, bewijst deze Nederlandse Indiana Jones – herkenbaar aan de hoed - een meesterlijk chauffeur te zijn en hij heeft beloofd ons veilig naar Niamey te brengen. We weten dat vrouwen van Venus komen en mannen van Mars, als we uitgevonden hebben waar Ruud Schollaardt vandaan komt dan laten we u dat weten…

Ansjantee: Bep en Miep

Verstekelingen
Het reisgezelschap heeft onverwacht een kleine uitbreiding gekregen. Twee kantinedames, Bep en Miep, hebben plaatsgenomen in de huiskamer om het hele verhaal van commentaar te voorzien op hun geheel eigen onvervalst Jordanese wijze. Hun favoriete slachtoffers zijn Sjonnie en Hafima, die beiden met hun ogen gaan rollen en proberen weg te duiken wanneer Bep Miep elkaar op schalkse wijze aankijken. ‘Ze tergen mijn verdraagzaamheid tot het uiterste’, laat Johan weten, en waarschijnlijk verwoordt hij daarmee de gevoelens van iedereen. Dit geluid wordt echter ruimschoots overstemd door het gezang van de twee dames: ‘Oh was ik maar, bij moeder thuisgebleheven..’ of ‘Een beeetje kredieeeet… (een beeetje kredieeeet!).. ja ja … een beetje ’ enzovoort. Kies uw smartlap, Bep en Miep brengen hun versie ervan ten gehore!

Nu u helemaal op de hoogte bent van de ins en outs van ons olijke reisgezelschap vervolgen wij ons verhaal…
Foto’s konden niet gemaakt worden van het nu volgende traject, omdat het aaaaardedonker was en de fotograaf toch al niet aanspreekbaar was na het ruggelings stuiteren op de beautycase van Kat.

Malaise a la Falaise
Het is even na vieren als we Douentza verlaten, het vuil nog niet goed en wel afgeschrobd tijdens onze wekelijkse douche- en bijslaapsessie. Van dat bijslapen kwam al helemaal niets terecht vanwege het zand dat in de nachtelijke uurtjes kwam aangestormd. We weten nu zeker dat dat verhaal van Klaas Vaak van geen kanten klopt, want met zand in je ogen doe je heus geen oog dicht. Een slapeloze nacht en dat aan de vooravond van het zwaarste gedeelte van de tocht. Douentza staat bekend als de ‘Poort naar de Sahel’. Kamelen duiken nu links en rechts op en er wordt een slinkse blik gevestigd op de kledij van de Touareg, die met zijn vele lagen de warmte houdt waar hij moet zijn: buiten.

Warm
Daar zitten we dan, acht toeristen in korte broek, zonnebril op en het hoofd ingewikkeld in Touareg-tulbanden (of varianten daarop), in een gebied waar men ‘s nachts reist en overdag slaapt vanwege de hitte. En heet is het! Ook de gemoederen zijn oververhit, want we zijn onverwacht vroeg vertrokken en zelfs het reisverslag op internet zetten is erbij ingeschoten, terwijl dat na een week toch hoog tijd is. Want waar op deze website vermeld wordt dat SETW geen reisorganistie is, zou nog net voor de volledigheid aangestipt kunnen worden dat dit een reis zonder enige organisatie is…

Pechvogels
Maar voorlopig zijn we weer vol goede moed onderweg, de meest tot de verbeelding sprekende stad van de reis in het vizier! Het landschap van het traject Douentza-Timboektoe bestaat uit tweehonderd kilometer verlatenheid. Struikjes en zand, weinig over te vertellen. Het kadaver van een vrachtwagen midden op de weg met aan beide zijden de sporen die de nieuwe weg vormen, een verlaten wandelaar in de bush, het doet weer superbizar aan.
De plaatselijke douane-ambtenaar heeft net zijn weekdienst erop zitten als onze Camion voor zijn slagboompje stopt. Hij maakt dankbaar gebruik van de mogelijkheid mee te rijden naar Timboektoe, want je moet maar afwachten wanneer er weer een auto langskomt. Op het hele traject zullen wij drie tegenliggers tegenkomen. En pechvogels, die met panne niet in de berm maar midden op de weg staan, al drie dagen lang, zonder het geluk van een lift. Wij laten water, koekjes en sardientjes bij hen achter en zij zwaaien ons na met een ‘bon voyage’, wachtend op de volgende kans op hulp, die misschien nog wel een week weg is. Het weerlicht in de verte, maar het valt niemand op want we weten dat dat bij de Tropen hoort.

Pijnlijk
In het donker is er nog minder niets dan er al was. Magen knorren en hoofden schommelen terwijl de truck zich nukkig voortbijt op de landkaart. Maar een beetje dommelen en relaxen is er niet bij want een onverwachte kuil kan pijnlijke gevolgen hebben, zoals Christine – en zij niet alleen  - hardvochtig tot de ontdekking komt. Per slot van rekening rijdt Ruud met een razende snelheid over deze geribbelde weg; dat moet wel, voor de motor.  Het is de wel vraag wat het eerste van de truck aftrilt: de motor of de reizigers…

Veilig
Sporadisch in het landschap schijnt een lichtje in het donker. Is dat een vuurtje, is er een dorp? Een bordje ‘Forage’ wijst naar links en een dikke drempel maant tot afremmen maar al snel volgt de tweede drempel die het eind van het niet eens waargenomen dorp aangeeft en een verkeersbord staat ons de formidabele snelheid van 60 kilometer per uur toe. Kilometers later doet een volgend stel achterlichten ons afremmen, een zaklamp zwaait verdacht in het donker maar we rijden door. De douanier heeft ons gewaarschuwd voor bandieten en het is een veilig gevoel dat hij bij ons is.

Lief
Het weerlicht nog steeds en Robert zegt dat hij hoopt dat het niet gaat onweren vanavond. De voorplecht (het gedeelte voorin de laadwagen met matjes op de koffers) biedt uitzicht op de sterrenhemel, die er anders uitziet dan op Europese noorderbreedte. Het is niet waarschijnlijk dat iemand achter in de Camion de enorme stofwolk opmerkt die door onze snelheid wordt veroorzaakt en elk mogelijk uitzicht belemmert. In de cabine wordt gekeuveld en de douanier snijdt zijn tulband in twee om zowel Ruud als Kat een stuk te geven, omdat zij zo lief zijn. Van voor wordt op twee uur een zwak schijnsel gesignaleerd. Zou dat Timboektoe zijn?

Geinig
Het is best geinig, maar je hoeft er niet geweest te zijn: Timboektoe. Slechts een enkeling komt er ieder jaar, althans, SETW is hier vorig jaar ook geweest. Zoals bij ons de mist de ochtend verhult, is het hier het zand dat pas tegen de middag opklaart. Is het niet voor de architectuur of de musea, dit moet je toch gezien hebben. En wie van je vrienden kan zeggen dat hij in Timboektoe is geweest? Juist, wij!

Niger in de nacht
Het schijnsel kruipt naar 12 uur en een paar stuiteringen later is er alleen nog zand. Een woeste woestijntocht volgt tot we hobbelend tot stilstand komen voor het water: de rivier de Niger. Hier hebben we naar uitgezien! ‘Jammer dat het donker is’, verzucht Hafida en we moeten het doen met het plaatje uit haar reisgids. Het duurt even voordat de pont ons komt ophalen en via een stinkende dikke dieselwolk zetten wij voet aan wal in idyllisch Timboektoe, waar wij wel weer een volle dag zullen verblijven.

Timboektoe, the day after…

Timboektoe – Gao, nog verder en meteen door naar huis...

Kamelenkeutels
Misschien hoef je er niet geweest te zijn, daarover lopen de meningen uiteen. Maar dat we er geweest zijn staat vast: Timboektoe! We rapporteren dat het er stoffig en heet is en je ziet er heel veel ‘original’ Touareg, waarvan de meesten proberen hun waar te slijten aan argeloze voorbijgangers zoals wij. De een is de ander niet, bij ons in de groep, dus wie niet meedogenloos afgezet wordt sleept er een leuk koopje uit. Als rijke westerlingen kunnen wij niet anders dan het plaatselijk toerisme bevorderen en dat doen wij ook als wij voor veel geld plaatsnemen op kamelen. Hafida is verguld, zij heeft hier al weken luidruchtig naar uitgekeken. Stapvoets schommelen wij als kinderen op pony’s wel 500 meter de woestijn in, alwaar we afgeladen worden om – alweer betaald - thee te drinken met de Touareg, die uit alle woestijnhoeken en -gaten komen opduiken.

Kameeltje moe?  

Thee met de Touareg is een begrip: je krijgt drie kopjes thee, de eerste is heel erg sterk, ‘als het leven’, de tweede weten we even niet meer maar is best lekker en de laatste is vooral zoet, ‘comme l’amour’. Maar er schuilt meer achter dan je op het eerste gezicht zou denken. Blijkbaar fungeert de Touareg kleding ook als voorraadtas want bij het eerste kopje thee komt uit niet vermoede zakken en plooien allerlei koopwaar tevoorschijn. ‘Pour le plaisir des yeux’ wordt alles uitgestald maar je krijgt mooi geen tweede kopje thee als je geen bod uitbrengt. Wanneer de koop rond is wordt het derde kopje thee rondgedeeld en daarna zitten wij al snel weer hoog op de kamelenruggen te genieten van het eerste en laatste stukje ‘echte woestijn’ dat we zullen zien (maar dat weten we dan nog niet).

Pour le plaisir des yeux: een Touareg pin-up

Vakantie
Behalve onze toeristische uitspattingen is het natuurlijk ook weer tijd voor wat pianowerk. Het eerste concert is voor Robert een rentree in het plaatselijk lyceum, om 12 uur gepland omdat dan de kindjes uit school zullen komen. Helaas is het vakantie maar er zijn wel 25 mensen aanwezig. Zo op het heetst van de dag zijn de zwarte toetsen op de piano eigenlijk te heet om te bespelen dus het concert duurt niet zo heel erg lang. We tellen nummer 10, de helft hebben we in ons zak!
Het tweede concert vindt ‘s avonds plaats in een gezellige Afrikaanse bar, maar omdat het hier de gewoonte is in en uit te lopen en niet zo lang te blijven zitten, is er niet een moment waarop 25 mensen gelijk binnen zitten. Werk aan de winkel dus, en op straat worden mensen geronseld om toch vooral even te komen kijken. Zo komt het concert toch nog van de grond, maar helaas blijken sommige mensen te denken een petje cadeau te krijgen en daar zijn er niet genoeg van, met alle consternatie van dien. Maar aan alle voorwaarden is voldaan dus ook concert 11 staat nu op de kaart!

Robert brandt zijn vingers en klaagt er niet eens over

Eurootjes
We zijn wat stilletjes wanneer we de volgende ochtend vroeg vertrekken voor het gedeelte waar we het meest naar hebben uitgezien. Maar er wordt ook tegenop gekeken omdat  aan de noordzijde van de Niger, waar wij rijden, sprake is van een gevaarlijke route. Overvallen hebben recentelijk nog plaatsgevonden, 7 en 28 dagen geleden en er zijn doden gevallen. Ook zijn er via de radio berichten ontvangen dat de oogst mislukt is, vanwege een sprinkhanenplaag (maar niet die wij vorige week gezien hebben want dat waren vogels). Voedselhulp zou onderweg zijn voor een op handen zijnde hongersnood. Lekker gebied om met een truck vol blanke eurootjes-op-pootjes doorheen te trekken? Aan de andere kant weten we allemaal dat de meeste ongelukjes in en om het huis gebeuren en daar zijn wij een eind vandaan. Onze gids Segou, die ons nog steeds vergezelt, verzekert ons dat bandieten alleen ‘s nachts actief zijn en daar vertrouwen we dan maar op.
Wij volgen banden- en kamelensporen door het zand. Het is een chaotisch gebeuren in het navigatiecentrum, links, rechts, rechtdoor, rul of mul, hoge gearing (of juist lage?) en veel stuurmanskunst. Een soort wildwatervaren op het droge en gelijk de kamelenrit leunen wij voor- en achterover, afhankelijk van het parcours. Het olielampje knippert af en toe, dan moeten we even stoppen om de motor af te laten koelen. Het is nog vroeg en hoewel de zon al hoog staat is het nog niet erg warm. Gisteren werd 42 graden voorspeld en – jawel – regen. Regen? Hier?!?

Bonjour, ca va?

Eksteroog
Op gezette tijden informeert Segou ons dat we van de route afwijken. Het spoor is dan niet genoeg bereden of zijn eksteroog wijst naar rechts, het waarom is niet altijd even duidelijk. Maar we belanden al spoedig in het eerste dorp, Ber. Ontbijt hier is geen optie. Waarschijnlijk is er in het dorp zelf al niet genoeg te eten dus laten we de hoop op een lekker omeletje varen. Het is nog 123 km naar het volgende dorp, Bamba. De politie-agent in Ber, overigens een bekende van Segou (kleine wereld, blijkbaar ook in Afrika) vertrouwt ons toe dat het geen kwaad kan ook overdag op de hoede te zijn voor bandieten, het lijkt dat ze nieuwe werktijden hebben: 24/7. Een gewaarschuwd mens telt voor twee en dat is mooi, dan zijn we met z’n twintigen. Redden we dat, Segou?

Is dit nou een bandiet, Segou?

Lampje
Iemand rijdt mee om ons de weg te wijzen maar voordat hij goed en wel is uitgestapt zijn we het spoor alweer bijster. We rijden een eind op de GPS kriskras door de struiken en het zand, uren later pikken we de weg weer op.
“Wat een luxe’ zeg ik tegen een zanderig stuk droog brood dat mij overhandigd wordt in de cockpit. Dapper zet ik mijn tandjes erin, gelijk de Camion zijn wielen in het zand zet. Tien minuten later brandt het olielampje alweer. Dit is frequenter dan Hafida aan en uit gaat. Met nog 440 kilometer zand voor de boeg belooft het een lange dag te worden.

Vast
Het is een ongelooflijk koele dag. We besluiten geen siesta te houden maar te zien hoelang de Camion wil ronken zonder te heet te worden. Dat houdt hij prima vol en uiteindelijk bereiken we moe, hongerig en uitgehobbeld Bamba. We zitten nog even vast in de eerste zandduin die we tegenkomen, maar belanden uiteindelijk op de oever van de Niger alwaar de zoveelste discussie losbarst over eten en slapen en doorrijden of niet.
‘s Avonds weet Robert er nog een concert uit te persen, nummer 12 in de rij. Het komt allemaal wat langzaam op gang maar een kleine pauze doet wonderen en al met al is het toch nog een hilarisch feestje voor de dorpelingen. Hoewel Ruud deze avond – niet voor de eerste keer - alleen Afrikanen beschikbaar heeft om te sjouwen blijft de piano relatief heel. Overigens is ook Robert opvallend heel, meer nog dan de piano. Zou dat lang duren?
De volgende ochtend moet Johan zijn drie nieuwste vrouwen weer vaarwel zeggen in Bamba. Het is dat we hier moesten zijn, om de leukigheid van het dorp hadden we het kunnen laten. De plaatselijke bewoners liepen onophoudelijk in en uit ons ‘hotel’ om onze veiligheid te verzekeren. Puntje is dat je daar nou net geen veilig gevoel van krijgt!

Pluk
Dus vertrekken wij, deze woensdag ochtend, de zoveelste troep kinderen gillend achter ons aanrennend. Hoe kan land na land elk kind ‘donnez moi un cadeau’ geleerd hebben?
Er hangen nog kinderen aan de truck wanneer Ruud vaart maakt de wijde vlakte in en er moet even gestopt worden om ze eraf te plukken. Het is de tweede dag op de weg naar Gao en we hopen er allemaal het beste van.

Honger
De bandieten zijn van minder zorg nu we weten dat de motorsteunen half afgebroken zijn en als het zo warm wordt als het lijkt te gaan worden verliezen we uren op het heetst van de dag, als er niet gereden kan worden. Het is nog 240 kilometer naar Gao, een lange weg  van veel hitte en veel zand. De een na de ander voelt zich in de loop van deze reis weleens niet zo lekker. Niet zozeer door verkeerd eten of fout water of andere toeristische onbezonnenheden, maar gewoon door gebrek aan eten. Als er van te voren was nagedacht over een stevig aantal voorzieningen zou niemand honger hebben hoeven te lijden. Grote gezonde Europeanen wapperen nu slap als een vaatdoek achterop de vrachtwagen, concerten zijn wel de laatste prioriteit. Alleen Ruud zet door maar heeft hij een magisch voorraadje onder zijn stoel? We kunnen hem in dit opzicht wel nageven dat we ons aanpassen aan de gewoonte van het land: ‘Je veux manger comme vouz mangez’. In praktijk is dat niet zo gek veel eten, hier in Afrika.
Maar het ondermijnt de stemming en in plaats van als een vrolijke troep avonturiers zitten we achterop de camion als een stel zielige vogels: Stichting Experiencing The Worst! We zijn slap, moe, geirriteerd en gelaten. We willen naar huis.

en dit zijn de betere dagen! (Zoekplaatje: Yvonne, Hafida en Johan)

Niks
Woestijn is niks, links en rechts zover je kijkt... we maken dan ook een foto van niks, die we dan ook niet zullen plaatsen. Al die mooie zandduinenfoto’s zien we niet terug, in het landschap waar wij rijden, slechts een enkel duintje. Het zand is er wel hoor, alleen ook struikjes. Heel veel struikjes... met of zonder struikrovers, we hebben ze in ieder geval niet gezien.


Zijn dit struikrovers, Segou?

Na een tijdje verdwijnt de begroeiing tijdelijk en rijden we in een grote zandvlakte. Ook nu hebben we nog steeds niet zandduin na zandduin te trotseren en wat dat betreft geeft de route niet de belofte af die wij heimelijk in gedachten hadden. Maar wel iets anders, iets dat geheel in het scenario past: de volgende zandstorm!

Is het geen plaatje?

We houden wel even stil maar rijden al snel weer verder door de storm heen die maar langzaam opklaart. Pas in Gao, onze bestemming, zien we weer vrij helder voor ons uit en we trekken in op de camping ‘Sahara-Passion’. Het plan is twee nachten hier te blijven, zodat de motorsteunen gelast kunnen worden en de wagen nog eens goed gerepareerd. Het wordt tijd om te internetten. Dat gaan we dan ook doen.

Gezellig
Dat het concert in Gao op de radio is aangekondigd, is geen sleutel tot succes. Misschien omdat het concert nummer 13 is, zit het niet mee vanavond. Een prachtige lokatie in een bar in de stad, voor ons geregeld door eigenaar Michel, onze taxichauffeur van eerder op de dag. Maar de mensen komen druppelsgewijs binnen en zo gaan ze ook weer weg, zodat weliswaar meer dan 25 mensen Robert hebben zien spelen, maar niet tegelijkertijd! Het is heel jammer, juist omdat dit misschien wel het beste concert tot nog toe is, maar hij telt niet mee. De toehoorders die aanwezig zijn hebben het prima naar hun zin, hoewel als het na twaalven wordt toch links en rechts een gaapje verschijnt. Per slot van rekening zal de imam er weer erg vroeg bij zijn in de ochtend. Ook wij willen vroeg op, we zijn van plan om 7 uur te vertrekken en dus temmen we Ruud in zijn enthousiaste pogingen ‘s nachts alsnog meer concerten te regelen.

Rijst met Saus
Uitgerekend de volgende ochtend lopen we een fikse vertraging op en we vertrekken pas rond het middaguur. Segou is nog steeds van de partij. We zijn erg op hem gesteld geraakt en per slot van rekening is het voor hem ook een uitje. Hij heeft deze ochtend zijn inentingspas geregeld zodat hij mee kan naar Niamey! Maar al bij de politiepost in Gao wordt hij teruggestuurd om een nieuwe identiteitskaart te halen want de zijne was wat oud, om niet te zeggen antiek. Nog meer vertraging dus op deze bloedhete dag maar we vinden snel een restaurantje en eten onze lokale favoriet, Rijst met Saus, met voor sommigen van ons bevroren melk als regelrecht ijsje toe!

Emmer
Na een tweede bezoek aan de politiepost ontdekken we niet alleen dat Segou eigenlijk Sekou heet, maar ook mogen we door en we zijn meteen midden op het platteland, alsof er niet net nog een stad was. Het is een mooi uitgestrekt landschap met uitzicht op de Niger. Veel vogels zien we, koetjes en zelfs een beetje groen hier en daar.

Uitzicht op de Niger

We rijden door en geven tegen zonsondergang in een naamloos dorp op 90 kilometer afstand van de grens met Niger een herkansing aan concert nummer 13. Hebben wij Robert na zijn ongelukkige Kidira-val nog zo gewaarschuwd op te letten waar hij gaat zitten, het mag niet baten. Bij het tweede nummer zakt hij pardoes door de als kruk dienstdoende emmer en iedereen schatert het uit. Na de eerste schrik speelt hij vanaf de grond gewoon door. Zo wordt een concert geheid een succes!

‘Ja maar vorige keer ging het ook goed, op de emmer’

We zijn er bijna, maar nog niet helemaal...
We rijden door het donker tot aan de grenspost waar we kampement maken. Nog twee dagen, nog pakweg 250 kilometer te gaan tot Niamey, nog 7 concerten op de agenda. Het lijkt niets voor te stellen maar het zal blijken dat we er nog lang niet zijn! Het is weer zo een avond met veel weerlichten en alsof we niets geleerd hebben meent Robert dat het niet zo’n vaart zal lopen met het onweer, maar de regentijd zit ons nu dicht op de hielen.

Donder en bliksem
‘s Nachts breekt een noodweer los dat uren zal aanhouden. Bep en Miep vrezen voor hun leven in het kleine tentje van Ruud, maar met schietgebedjes en gezang en de belofte voortaan elke zondag met Johan naar de kerk te gaan, slaan zij zich erdoor heen. De Camion is weggereden zodat ze niet meer beschermd worden tegen de wind. En wind is er! Ondertussen slaat links en rechts de bliksem de grond in. Het tentje is veel leniger dan ze zich konden voorstellen maar dat voorkomt niet dat het volloopt met water. Wanneer ze uren later druipend de tent uitkruipen zien ze dat de anderen hoog en min of meer droog in de Camion zitten. Wat zich daar heeft afgespeeld is onbekend maar de blikken van Hafida en Kat spreken boekdelen...

Voelt iemand nattigheid?

Overstekend water
We gaan maar rijden omdat er bij de post toch niets te doen is en we moeten zon vinden om op te drogen. De douane houdt zich een uur bezig met onze paspoorten, het is nog erg vroeg op de ochtend, een uur of zes. We rijden langzaam, er is veel water rond de weg. Mooi gezicht! Soms duikt de weg omlaag voor een beekje waar we doorheen waden. Bij een volgende overgang wordt het beekje een wat breder water. We leggen stenen opzij, bekijken de situatie en rijden er langzaam doorheen. Niets aan de hand...

Mooi he, dat water...

Maar even verderop wrijven we ons in de ogen: klopt het wat we daar zien? Loopt de Niger over de weg???

een beetje water is leuk, maar een hele rivier??

Wie gaat er mee?
Het is echt een woeste stroom water die dwars over de weg voert, zeker 50 meter breed en vervaarlijk stromend. Ruud wil erdoor rijden en ik slik eens en kijk bedenkelijk: dit is toch le-vens-gevaarlijk? ‘Oh maar deze auto kan heel veel hebben, een meter water is geen probleem’. Maar de mensen zijn uitgestapt en het blijkt dat niemand wil dat we erover heen gaan. Robert vindt het maar belachelijk, ‘Stap nou toch in!’ Ook Sekou schudt hardgrondig nee en raadt ons aan een paar uur te wachten tot het water gezakt is.

Sekou zegt dat er geen beginnen aan is  

Ogen
Een getouwtrek volgt waarbij Ruud een stukje het water inrijdt om te proberen hoe het zal gaan en hij instrueert Robert te voet de stroom in te gaan. ‘Help Robert!’ roept hij even later vanachter het stuur naar Marc, die staat te bleren over een stuk touw dat blijkbaar gebruikt moet worden om het water over te steken. Marc hoort het niet en Robert drijft al snel meters weg. Gelukkig vist Sekou Robert uit het water die met grote verschrikte ogen aan de kant komt. ‘Toch maar niet doen, Ruud, die stroming is echt heel sterk, ik kon het niet houden’. Ruud geeft zich gewonnen en stuurt achteruit de kant op, zich waarschijnlijk nog jaren afvragend hoeveel de MAN nou werkelijk had kunnen hebben.

Sekou heeft Robert naar de kant gevist

Daar staan we, in het Niemandsland tussen Mali en Niger, op vijf kilometer afstand van de grenspost van vannacht. Het wachten duurt uren en uren en op zich is dat niet zo erg, we weten alleen niet hoeveel uren het nog meer zal duren en of we hier morgen niet nog staan. Het laatste blik ananas is open, de melk is op en de suiker doorweekt. Hoeveel zakjes noedels hebben we eigenlijk nog op voorraad?  Terwijl Ruud en Robert spelen in de rivier, en de overige heren hun licht gaan opsteken bij de plaatselijke vissers, zitten Bep en Miep nog steeds verwoed droog te worden. Maar het water zakt en eindelijk kunnen we tegen enen  de oversteek wagen.  

Goh, er lag een weg onder!

De druppel
We hebben alweer lifters aan boord en de reis vervolgt zijn min of meer normale loop. Robert zegt dat we het vandaag nog wel redden tot aan Niamey, dat geeft de burgers moed. Maar wanneer we eindelijk het asfalt begroeten en we stoppen voor een hapje en een drankje om de innerlijke mens weer wat blijer te maken op deze lastige dag, escaleert de hele handel. Ruud wil graag nog een concertje doen bij de politiepost en eentje wat later op de avond, daarbij moet de motor nog doorgesmeerd en is hij helemaal niet van plan ver te rijden want rijden over het asfalt is niet fijn voor de Camion. Nog amper van het klappertanden bekomen staat de groep op zijn achterste benen en dit keer willen wij echt liever niet weten wat de dorpelingen vonden van ons optreden op het dorpsplein.  Sekou raadt ons aan maar snel te vertrekken en dat doen we dan ook.
We zetten koers naar Niamey zonder al te veel oponthoud, al helemaal zonder concerten. Omdat toch blijkt dat het ‘s avonds niet te doen is om te rijden en honderden padden en minstens een Afrikaan blij zijn dat ze onze avondrit overleefd hebben, stoppen we in de laatste plaats voor Niamey om te overnachten in een veel te duur hotel.

Hutjes in Niger, toch weer net even anders

Aankomst
Het kan maar beter gezegd worden: Ruud heeft de groep veilig in Niamey afgeleverd.
Via meneer Zanussi, een lokale kennis van Kat, komen we na wat omzwervingen langs hotels in een klein paradijs met zwembad terecht, er is warm EN koud stromend water en er kan naar hartelust gegeten worden. Voor de groep is de reis ten einde, reisplannen zijn gemaakt en tickets zijn geboekt.
Het is tekenend voor de Stichting dat Ruud zich door een dergelijke tegenvaller niet van zijn doel laat afhouden. Hij en Robert zullen gezamenlijk hun reis door Niger vervolgen om alsnog de teller op 5000 euro te krijgen, door 20 concerten te geven.

Afscheid
Alleen Kat en Yvonne verschijnen op het laatste avondmaal, dat zij uiteindelijk samen verorberen bij een kraampje langs de weg. Ruud en Sekou zijn namelijk allebei wat bleekjes van een culinaire onvoorzichtigheid. Hoewel Robert de Piano aan het stemmen is, valt deze zo langzaamaan van ellende en ontberingen uit elkaar. Het 14e concert vindt niet plaats aan camping Yantala in Niamey wegens wederom het binnendruppelgedrag van de Afrikanen. Van hieraf bent u voor de verslaggeving van de laatste  concerten van dit project aangewezen op de initiatiefnemers zelf. Aan de plannen voor komende week te zien is dit voor hen vast allemaal een storm in een lokaal glas water. Om te laten zien hoe het kan stormen hier in Afrika, voegen wij nog een kleine impressie hiervan toe.

De zandstorm komt eraan
Komt ie!!!!!!!!

Als overigens iedereen dit hele verhaal nou met een korreltje zand kan nemen, dan zeggen wij tot slot: ‘Zand erover’! Ruud en Robert: veel succes, de rest: tabee dan maar!

Last Updated on Sunday, 23 August 2009 21:32  

2005 (104).jpg